Zonder inhoudelijke ondersteuning bij internationaal ondernemen kan het MKB in veel gevallen niet groeien en een grotere rol spelen de buitenlandse handel. Volgens deelnemers aan een verdiepend gesprek werkt het gebrek aan kennis, tijd en de ruimte om medewerkers aan te trekken als remmende factor op uitbreiding van de activiteiten naar het buitenland. Je hebt nu eenmaal tijd, lef, kennis, kwaliteit en menskracht nodig om de stap naar het buitenland te maken. Aan tafel namen mensen plaats die zich bezighouden met advisering over buitenlands ondernemen en het onderhouden van internationale contacten. Zij vervullen allen een rol bij het ondersteunen van ondernemers op weg naar een zakelijke toekomst in het buitenland.
Begin februari werd bij het MKB Rotterdam/Rijnmond inhoudelijk gesproken over buitenlandse handel en de rol van het MKB daarin. De volgende vragen kwamen bij het gesprek aan bod:
• Dwingt digitalisering en globalisering bedrijven om internationaal te werken?
• Staan cultuurverschillen succesvol internationaal ondernemen in de weg?
• Wat onderschatten bedrijven het meeste wanneer ze internationaal uitbreiden- qua – besluitvorming, verwachtingen en organisatie?
Deelnemers aan het gesprek waren:
• Maike Speksnijder-Moser. Ze is strategisch adviseur voor Duitsland-expansie, gespecialiseerd in besluitvorming en positionering.
• Evita Amstelveen-Kemper, ze is voorzitter van de commissie internationaal ondernemen bij het MKB Rotterdam/Rijnmond en HR Business Partner.
• Ethem Emre van de Turkish Trade Foundation.
• Thijs de Jong van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).
Als native Duitse adviseur begeleidt Maike Speksnijder-Moser Nederlandse B2B-bedrijven bij hun positionering op de Duitse markt. Ze richt zich daarbij op de besluitvorming van Duitse kopers en de manier waarop communicatie vertrouwen, structuur en risicobeheersing moet ondersteunen. “Succes in Duitsland vraagt meer dan vertalen of zichtbaarheid,” zegt Speksnijder-Moser. “Het vraagt een aanpak die aansluit bij hoe beslissingen daar daadwerkelijk worden genomen.”
Evita Amstelveen – Kemper heeft naast haar functie bij het MKB een HR-adviesbureau. Ze werkt in binnen- en buitenland. “Mijn 20 jaar internationale ervaring en passie voor HR hebben mij een brede blik gegeven. Voor het behalen van kwaliteitsresultaten is het creëren van draagvlak belangrijk, zodat de stap van denken naar doen gezet kan worden.”
Ethem Emre is business partner voor zakelijk verkeer met Turkije. De ondernemersorganisatie de Turkish Trade Foundation heeft kantoren in Rotterdam en Istanbul. “Wij stimuleren ondernemers, startups, academische instellingen, NGO’s, opinieleiders en individuen om te profiteren van de uitgebreide zakelijke mogelijkheden die Turkije en Nederland bieden.” Hij is teleurgesteld in het feit dat Turkije nog steeds niet is toegelaten tot de Europese Unie. “Dat werkt remmend op de zakelijke mogelijkheden en juist daarom is ons werk belangrijk. Wij openen deuren.”
Thijs de Jong vertegenwoordigt de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. De RVO ondersteunt, adviseert en stimuleert ondernemers. “Ons werk stopt niet bij de grens. Het organiseren van handelsmissies is een voorbeeld van een belangrijke ondersteuning bij mogelijke groei naar het buitenland. Op onze website vind je de startpagina Internationaal ondernemen & zakendoen in het buitenland, informatie over subsidies en financiering voor internationaal ondernemen, landeninformatie en is er informatie voor ondernemende vrouwen. Kortom, het RVO kan heel veel doen en betekenen!”
Digitalisering, Internationaal Ondernemen en Culturele Verschillen
Uit ervaring zeggen de gesprekspartners aan tafel dat digitalisering en globalisering internationaal ondernemen makkelijker maar ook complexer maken door culturele en mentaliteitsverschillen. Evita ziet dat digitalisering de wereld kleiner maakt en zakendoen makkelijker. “Maar het dwingt je niet, want als je niet internationaal wil ondernemen dan doe je dat niet.” In aansluiting daarop stelt Maike Speksnijder-Moser dat niet zo zeer cultuurverschillen, maar impliciete verwachtingen vaak worden onderschat. “In Duitsland komen beslissingen anders tot stand dan in Nederland. Communicatie en websites moeten dat proces ondersteunen. Vertalen alleen is niet genoeg.” Iedere cultuur heeft eigen gebruiken en volgens Evita lijken België en Duitsland dichtbij maar vragen wel andere benadertechnieken. “Hier in Nederland kun je heel makkelijk om de manager heen, maar dat hoefde ik in België niet te proberen. Daar heerst letterlijk nog een hiërarchie.” Ethem wijst erop dat bijvoorbeeld in België er nog veel op papier wordt afgedaan, daar moet je ook op voorbereid zijn. “Het is makkelijker met nieuwe systemen te werken. Er is echter ook nog steeds veel postverkeer.” Handelsmissies worden daarom volgens Thijs grondig voorbereid. “Succesvol internationaal zakendoen vereist diepgaande kennis van lokale gebruiken, wetgeving en een flexibele aanpak.” Ook rechtspositioneel zijn er veel verschillen. Evita ziet dat als HR-specialist steeds terug. Nederlandse ondernemers moeten zich volgens de deelnemers meer inleven in buitenlandse culturen en gebruiken en zeker niet verwachten dat hun eigen manier van zakendoen overal werkt. De RVO werkt via het netwerk van ambassadeurs. In België werkt het al heel anders dan in Duitsland en dan hebben we het over buurlanden. Thijs: “Dus kom informatie inwinnen bij mensen die daar professioneel of vanuit een andere rol ervaring in hebben.” Ethem wijst op de vervolgstappen bij handelsgesprekken. “Het gesprek ging goed maar wie neemt nu het initiatief? De beweging moet wel in gang worden gehouden. Geef vervolg aan eerdere contacten. Wacht niet af.”
Uitdagingen voor het MKB bij Internationalisering
Regelgeving en wetgeving zijn vaak gericht op grote bedrijven, wat de flexibiliteit van het MKB belemmert en groei afremt. Kleine en middelgrote bedrijven (MKB) worden onvoldoende ondersteund bij internationalisering. Ze hebben zelf te weinig tijd en capaciteit om de weg naar (buitenlandse) groei in te kunnen slaan. Evita: “De regelgeving helpt ook niet mee, want die is heel vaak gericht op grote bedrijven. In Nederland wordt te weinig nagedacht over gevolgen van regelgeving voor specifiek het MKB, want het is vaak toch one size fits all. Neem nu de regelgeving over ziekteverzuim. 2 jaar doorbetalen bij ziekte betekent voor kleine bedrijven een grote bedreiging voor het voortbestaan, laat staan dat er ruimte is voor groei naar het buitenland. Ze nemen daarom geen medewerkers in dienst en dat betekent minder capaciteit voor groei. Het MKB heeft meer behoefte flexibiliteit, zeker als je heel klein bent.” Maike sluit daarbij aan en benadrukt dat je voldoende medewerkers nodig hebt om internationaal te kunnen opereren. “Maar mensen alleen zijn niet genoeg. Zonder tijd en expliciet vrijgemaakte financiële middelen kom je er niet. Wie Duitsland serieus wil bedienen, moet het organiseren alsof het een afzonderlijke onderneming is.” Ook moet je volgens Evita thuis zijn in het Europees aanbesteden. “Bij de samenstelling van de commissie internationaal ondernemen hebben wij ook bewust gekozen voor mensen die op verschillende gebieden toegevoegde waarde kunnen hebben. Ook op het gebied van aanbestedingen en fiscaal recht.”
Ethem Emre begeleidt Nederlandse en Turkse bedrijven en ziet daarbij extra belemmeringen. “Turkse ondernemers ervaren specifieke problemen in Nederland, zoals moeilijkheden bij het openen van bankrekeningen en de visumplicht. Turkije is nog geen EU-lidstaat en ondervindt heel veel belemmeringen met visa en bij het starten van een BV in Nederland door een ondernemer uit Turkije. Dit terwijl de handelsrelaties sinds 1612 gaande zijn. Nederland is de grootste investeerder in Turkije en in Nederland zijn er 1850 Turkse ondernemingen actief. Er is daarnaast ook gebrek aan waardering en integratie van Turkse ondernemers in reguliere Nederlandse belangenverenigingen. Anno 2026 worden de kleinkinderen van de vierde en vijfde generatie door de Sociaal Economische Raad geduid als migrantenkinderen. Ze hebben een Nederlands paspoort maar hebben geen eigen identiteit. Wij leven in apartheid en in parallelle gemeenschappen. Ik hoop dat wij samen de maatschappij wakker kunnen schudden en in dialoog blijven. Het beter gebruik maken van de culturele bagage en kennis van de tweede en derde generatie Turkse Nederlanders is een kans voor de overheid en instanties. Dat helpt niet alleen Turkse en Nederlandse ondernemers maar is ook een extra stimulans voor onze economieën.”
Thijs: “Als je internationaal wil ondernemen kun je eigenlijk niet om de RVO heen. Op onze website en dan specifiek op rvo.nl/internationaal-ondernemen en rvo.nl/onderwerpen/groei-verder-met-rvo-financiering is veel informatie daarover te vinden.”
De Rol van Vrouwelijke Ondernemers en Diversiteit
In het gesprek kwam spontaan de vrouwelijke ondernemer aan de orde. Vrouwen benaderen, over het algemeen genomen, het zakendoen voorzichtiger en zijn minder risicogericht dan mannelijke ondernemers. Dat heeft voor- en nadelen. Daar waar mannen sneller beslissen wegen vrouwelijke ondernemers zaken meer af. Er is behoefte aan meer specifieke ondersteuning en zichtbaarheid voor vrouwelijke ondernemers met internationale ambities. Thijs de Jong ziet dat bij handelsmissies het merendeel man is. Dat kan echt anders. “Diversiteit in ondernemerschap en organisaties is cruciaal, maar wordt vaak onvoldoende weerspiegeld in posities.” Thijs geeft daarbij aan dat de RVO speciaal voor vrouwelijke ondernemers ondersteuning biedt en verwijst naar de website van de RVO: rvo.nl/ondernemende-vrouwen.
Tot slot
Dwingt digitalisering en globalisering bedrijven om internationaal te werken? Nee, het dwingt niet tot internationaal werken maar kan wel ruimte bieden om over te grenzen uit te breiden. Digitalisering en internationalisering vereisen wel meer volwassenheid van een onderneming om het vol te houden.
Staan cultuurverschillen succesvol internationaal ondernemen in de weg? Cultuurverschillen kunnen succesvol ondernemen zeker belemmeren. Een goede voorbereiding met een gespecialiseerd adviespartner voorkomt valkuilen. Zij kunnen helpen om de juiste toon aan te slaan, het contact gaande te houden en daadwerkelijk tot handel te komen.
Wat onderschatten bedrijven het meeste wanneer ze internationaal uitbreiden- qua – besluitvorming, verwachtingen en organisatie? Bij zaken doen in het buitenland is een sterke organisatie en hulp nodig. Onderschat niet de buitenlandse cultuur, personele rechtspositie en fiscale regels. Het is jammer en vaak onnodig als een goed initiatief daarop stuk loopt.
Tijd en capaciteit ontbreken vaak bij ondernemers. Er is daarom behoefte aan bruggenbouwers en netwerkpartners die het MKB kan begeleiden en informeren over internationale kansen en valkuilen. De boodschap van Thijs, Maike, Evita en Ethem is: Schroom niet om hulp te vragen anders blijven kansen onbenut.
Meer info:
www.nttf.eu
www.rvo.nl
www.mkb-rotterdam.nl
https://nl.linkedin.com/in/maike-speksnijder-moser
